| 
Omringdijk 18.West-friese
Omringdijk:Provinciaal monument
‘De Westfriese Omringdijk’
Redengevende omschrijving: Tekening 1
De buitendijkse landen, wielen en kleiputten van De Westfriese Omringdijk
zijn cultuurhistorisch van betekenis omdat zij het huidige tracé van De Westfriese Omringdijk door de eeuwen heen bepaald hebben. De wielen
zijn verantwoordelijk voor de vele bochten in de dijk. Het buitendijkse
land moest in de eerste plaats dienen als buffer van de dijk. Daarnaast
ontstond veel buitendijksland door het leggen van inlaagdijken. Aanvankelijk
binnendijks gelegen land kwam hierdoor buitendijks te liggen. De kleiputten
vormen stille getuigen van het dijkonderhoud en het dijkherstel in de
loop der tijd.
De historische tracés van De Westfriese Omringdijk zijn van cultuurhistorisch
belang omdat zij enerzijds deel uitmaken van de ‘oorspronkelijke’ Westfriese
Omringdijk. Daar zij echter tegenwoordig niet meer tot de waterkering
van Westfriesland behoren, zijn zij, toen de Omringdijk op de provinciale
monumentenlijst geplaatst werd en men voor het verloop van de dijk de
waterkering van dit gebied aanhield, niet in de provinciale bescherming
meegenomen. Anderzijds betreffen dit tracés die vooraf zijn gegaan
aan het huidige tracé van de dijk of die door inbraken gedurende
een paar eeuwen de waterkering van Westfriesland hebben gevormd.
Cultuur-morfolgisch zijn deze elementen van de Westfriese Omringdijk van
betekenis omdat zij in de loop der tijd nogal wat veranderingen hebben
ondergaan. (Morfologisch betekent volgens de ‘van Dale’: uit het oogpunt
van de leer en beschrijving van de vormen van de aardoppervlakte) Het
buitendijkse land is afgekalfd en weer aangegroeid, de wielen zijn in
de loop der tijd van vorm veranderd, de kleiputten zijn beurtelings open
gehaald en weer met grond gevuld en de historische tracés hebben
vergeleken met vroeger ook enige veranderingen ondergaan.
Beeldbepalend in het Noord-Hollandse polderlandschap zijn deze elementen
door hun continuïteit.
Voor wat betreft de historische tracés hebben deze grotendeels
nog historisch-ruimtelijke betekenis als scheiding tussen oud en nieuw
land, waardoor zij een essentieel deel uitmaken van het omringende dijklandschap.
) Tenslotte zal de monumentale bescherming van het buitendijkse land een
nadere bescherming van de Omringdijk zelf ten goede komen, aangezien activiteiten
op dit land meestal verregaande consequenties voor de dijk hebben. Hierdoor
wordt tevens bij het verleden aangesloten, toen men het voorland beschermde
om de dijk te kunnen behouden.Voor de archeologische monumenten is de
gemeente gevraagd in hoeverre zij weten hoe deze monumenten beschermd
worden en welke beschadigingen er reeds zijn aangebracht. Ook hierop wilde
de gemeente niet ingaan. Contact met de ‘Rijksdienst voor Oudheidkundig
Bodemonderzoek’(R.O.B), leerde dat er een lange lijst met beschadigingen
van deze monumenten bekend zijn bij de gemeente en het R.O.B. De lijst
met beschadigingen wordt opgevraagd.Verder is de gemeente gevraagd of
zij weten dat zij wettelijk verplicht zijn om bij nieuwe bouwplannen zorg
te dragen dat er voor het begin van de bouw in de bodem van het bouwterrein
een archeologisch onderzoek wordt verricht. Ook hierop wilde de gemeente
niet reageren.
Contact met het R.O.B. en de provincie Noord-Holland heeft hierover nog
geen absolute duidelijkheid gegeven, maar het lijkt er op dat hiervoor
een verplichting geldt in ieder geval vanaf 1 januari 2006. Wel is duidelijk
dat de gehele lintbebouwing van Stede Broec onder de ‘Cultuurhistorische
Waardenkaart’ valt van de provincie. Deze kaart is op het internet te
zien via de website van de provincie Noord-Holland. Op deze kaart zijn
de lintbebouwing en de ‘oude’ zijstraten aangegeven als ‘historische stads-
en dorpskern’, met als waardering ‘hoge waarde’.
Dit punt zal verder uitgezocht worden.Het lijkt er op dat de gemeente
Stede Broec geen assistentie uit de burgerij aanvaardt om zich aan de
wettelijke verplichtingen qua monumenten te kunnen houden en dat is op
zijn minst heel teleurstellend.
Jan Windt, november 2005.
|
|
Tracé westfriese omringdijk
Binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Stede Broec ligt ook een stukje Westfriese Omringdijk welke in 1983 een provinciaal monument is geworden. Voor Stede Broec betreft het hier de IJsselmeerdijk vanaf het voormalige stoomgemaal “het Grootslag 2” en voorbij de Buitenhaven in de richting van Enkhuizen. Hoe lang men aan de totaal 126 km lange Westfriese Omringdijk heeft gewerkt weten we niet precies. De Schagerdam of Valkkogerdijk was het eerste dijkvak, dat in 1248 als verdediging tegen de zee in de Omringdijk is gelegd. Maar wellicht is hij ouder. De ring die de Omringdijk vormde werd halverwege de 14e eeuw voor het eerst gesloten. Er waren echter voortdurend doorbraken en stormvloeden die de illusie, dat de ring voorgoed gesloten was, weer deden vervliegen. Men houdt het erop dat het werk aan de Omringdijk in 1596 werd afgerond. Rechten en plichten voor Monumenten:
De rechten en plichten voor provinciale en gemeentelijke monumenten zijn in hoofdlijnen dezelfde als die voor rijksmonumenten. In het algemeen echter is het subsidiebudget van rijksmonumenten groter van omvang. Een wezenlijk verschil is dat eigenaren van gemeentelijke en provinciale monumenten geen gebruik kunnen maken van fiscale aftrek van o.a. onderhoudskosten. Dit is alleen voorbehouden aan eigenaren van rijksmonumenten.
Een monument brengt een zekere beperking van het eigendomsrecht met zich mee, omdat het vergunningenstelsel van de Monumentenwet van toepassing is. In tegenstelling tot wat vele mensen denken, houden de regels niet in dat er niets meer mag of kan worden gewijzigd. De overheid streeft ernaar om de (nieuwe) gebruiksmogelijkheden zo min mogelijk te beperken, zolang de cultuurhistorische waarde van het rijksmonument maar gerespecteerd wordt. Voor elke wijziging aan een rijksmonument moet de eigenaar een vergunning ex artikel 11 van de Monumentenwet hebben. Dit artikel bepaalt dat het verboden is een beschermde monument te beschadigen of te vernielen, zonder vergunning af te breken, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen, dan wel te herstellen en te gebruiken op een wijze die het monument ontsiert of in gevaar brengt. Een dergelijke vergunning kan worden aangevraagd bij B&W van de gemeente waar het monument staat. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist en de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek (specifiek voor archeologische monumenten) in Amersfoort zijn onder meer verantwoordelijk voor de handhaving van de Monumentenwet en de daarmee samenhangende subsidieregelingen. Tevens fungeren zij als het kenniscentrum voor gemeenten, provincies, monumenteigenaren en andere betrokkenen. Het lijkt mij duidelijk: Wie zich eigenaar, beheerder of bewoner van een monument mag noemen is een bevoorrecht persoon. Een monument is iets bijzonders, en wel zo bijzonder, dat we er gemeenschappelijke waarde aan toekennen.
In de brief van de Provincie Noord-Holland aan het Gemeentebestuur van Stede Broec, d.d. 21-12-1994, wordt de definitieve selectie bekend gemaakt (Hoofdstraat 97 en Zesstedenweg 187) en worden de volgende 4 objecten genoemd welke door de Provincie worden geadviseerd om op een gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Dit vooruitlopend op een nog uit te voeren onderzoek om te bepalen of deze 4 objecten op de Rijks- of Provinciale monumentenlijst zullen worden geplaatst. |